1
×

Inbox

  • Notificaties0
  • Taken0

Notificaties

    Terug

    Een onverwachte tegenslag; "Ik zal toch geen zwangerschapsvergiftiging hebben?"

    Gepubliceerd op: 10-31-2019Bewerkt op: 2-20-2020
    Blogchannel van Maricken Gepubliceerd op: 10-31-2019Bewerkt op: 2-20-2020
    Geschreven door: Blogchannel van Maricken(Medisch) gereviewd door: Maricken van der Waart - blogster op Zwangerenportaal
    Zwangerenblog Maricken - week 37

    Je bent voldragen. Je bent helemaal af. Je kan het vanaf nu zelf. Je mag komen.

    Maar dat doet hij natuurlijk niet haha! Terwijl ik dit schrijf is week 37 bijna voorbij. De hele week zit ik als een ongeduldig kind te wachten op mijn cadeautje. Maar onze kleine man laat zich niet haasten. Hij zit nog lekker waar hij zit, is nog elke avond druk zijn zwemslag aan het oefenen in mijn buik en lijkt het allemaal wel prima te vinden.

    Een onverwachte tegenslag

    Halverwege deze week dachten we even dat het zo ver was. Ik voelde me al de hele dag wat grieperig, beetje algehele malaise. Sjoerd heeft slaapdienst op het werk en is dus niet thuis. Zelf grapt hij ‘s avonds nog tegen zijn collega die hem de ochtend erop weer af komt lossen dat hij hem nog weleens uit bed kan gaan bellen. En helaas voor die collega, is dat ook zo.

    Gedurende de nacht begin ik me beroerder en beroerder te voelen. Misselijk, braken, een strak gevoel rondom mijn maagstreek, felle steken in mijn rug. Nog voor het ochtendgloren gaan bij mij alle alarmbellen af; ik zal toch geen zwangerschapsvergiftiging hebben? Uit voorzorg neem ik contact op met de kraamafdeling van het ziekenhuis. Ook daar twijfelen ze geen seconde na het opnoemen van de klachten en geven aan dat ik meteen moet komen.

    Paniek! Ik bel Sjoerd die alles uit zijn handen laat vallen. Hij belt zijn collega die er meteen aankomt en binnen een half uur staat Sjoerd voor de deur. Terwijl hij me in de auto duwt roept hij met overslaande stem: “Moeten de vluchtkoffers mee?”. “Nee nee rustig maar” weet ik tussen de pijn door uit te brengen, “ze gaan eerst kijken wat er is, dit zijn geen weeën.” Hierop komt er een kalmte over Sjoerd heen die ik nog nooit gezien heb. Vakkundig en binnen een recordtijd zijn we in het ziekenhuis.

    En toen waren we in het ziekenhuis

    Hier word ik aan een CTG gelegd, wordt er urine- en bloedonderzoek gedaan en wordt mijn bloeddruk nauwkeurig in de gaten gehouden. Zelf zie ik al dat de laatste niet afwijkend is. Een beetje hoger dan normaal, maar dat kan de spanning zijn.

    Zodra ik dat zie en de sterke hartslag van onze kleine hoor word ik kalmer. Met hem gaat alles goed, mijn bloeddruk is ook niet gevaarlijk, zwangerschapsvergiftiging lijkt me uitgesloten. Maar... zwangerschappen zijn niet mijn expertise als verpleegkundige (als ervaringsdeskundige inmiddels wel lijkt me), dus we wachten het oordeel van de verloskundige af.

    Als zorgprofessional begeef je je wat dat betreft altijd op een soort onzichtbare grens. Enerzijds heb je zelf de wijsheid in pacht om symptomen te analyseren en hieruit te kunnen oordelen wat er aan de hand kan zijn, anderzijds wil je niet in andermans vaarwater komen en de objectieve blik van een andere zorgprofessional vertroebelen. Dit is een delicate grens waar mijns inziens voorzichtig mee omgesprongen dient te worden.

    Gelukkig brengt de verloskundige na een tijd inderdaad goed nieuws en lijkt er niks geks aan de hand te zijn. We mogen terug naar huis.

    En we konden weer terug..

    De daaropvolgende twee dagen is er inderdaad ook niks aan de hand. Hierna krijg ik weer exact dezelfde klachen. Een golf van pijn stroomt de bovenkant van mijn buik binnen en blijft op een pijnpiek hangen. Ik weet op dat moment niet waar ik het zoeken moet. Het voelt alsof mijn lever helemaal samengeknepen wordt door handen vol naalden.

    Stil blijven zitten of staan lukt me niet. Ik loop door de huiskamer de pijn weg te puffen zoals ik geleerd heb bij yoga, maar niks helpt. Sjoerd kijkt het allemaal geschrokken aan en vraagt of het weëen zijn. “Dit heeft niks met de zwangerschap te maken”, breng ik met een door pijn verbeten gezicht uit. Uiteindelijk maakt hij een kruik voor me warm en besluiten we toch maar te gaan slapen, na een tijd val ik toch in slaap. De ochtend erop word ik pijnvrij wakker, Ik bel meteen het ziekenhuis en leg mijn klachten uit. Ook nu willen ze weer dat ik meteen kom. Het hele riedeltje van twee dagen daarvoor wordt weer afgenomen, ook nu zien ze geen afwijkingen. Er komt een wat oudere verloskundige binnen. Ze gaat naast me op bed zitten en vraagt me nogmaals al mijn klachten te omschrijven.

    Na het omschrijven van mijn klachten blijft het even stil. “Ik denk niet dat dit iets met de zwangerschap te maken heeft”, breng ik voorzichtig uit. “Ik denk dat er gefocust wordt op het verkeerde.” De verloskundige knikt instemmend, “dat denk ik inderdaad ook.” “Kunnen het galstenen zijn?” vraag ik haar voorzichtig.

    Gewoon nog even doorbijten!

    Er breekt een glimlach door op haar ernstige gezicht: “Je bent verpleegkundige toch? Ik denk dat je inderdaad zojuist je eigen diagnose gesteld hebt”. De gynaecoloog wordt erbij geroepen en er wordt overlegd. Helaas valt er aan galstenen in deze fase van de zwangerschap niks te doen. Een operatie om mijn galblaas eruit te halen is te gevaarlijk voor de baby. Aangezien mijn galblaas ook (nog) niet ontstoken lijkt te zijn, is onze kleine eerder inleiden ook niet gewenst.

    Het verdict? Keihard door de pijn heen bijten en na de zwangerschap beleid op maken. Nog 2 weken doorbijten...

    • Feed

    • Mijn week

    • Cursusportaal

    • Community

    • Dashboard