Wil je persoonlijk nieuws ontvangen en op de hoogte zijn van alle kanalen die je volgt?

Blijf op de hoogte!

Ontvang nieuws speciaal voor jou!

BevallingVacumverlossing bevallen met een vacumpomp

Vacuümverlossing: bevallen met een vacuümpomp

ZP® - Magazine

, 20 July 2020 20:05Laatste update op: 7 May 2021 03:53

Een bevalling gaat niet altijd zoals je van tevoren had verwacht. Bij de geboorte van je baby kan het dan ook zijn dat er een vacuümpomp moet worden gebruikt. Wat betekent dit en wat houdt deze manier van bevallen voor jou en je kindje?

Wat is een vacuümpomp?

Een vacuümpomp is een ronde cup van kunststof of metaal. Aan de buitenkant van de cup zit een plastic of rubberen slangetje of ketting. Tijdens een langdurende of moeilijke [bevalling])(bevalling) wordt deze cup op het hoofd van de baby geplaatst. Het slangetje zuigt de lucht weg zodat de pomp vacuüm trekt. De vacuümpomp wordt tijdens het bevallen gebruikt als de uitdrijving van een baby niet snel genoeg verloopt of moeizaam gaat.

Wanneer wordt de vacuümpomp gebruikt?

Een bevalling verloopt in drie fases: de ontsluiting, de uitdrijving en het moment na de geboorte. Bij de ontsluiting gaat de baarmoedermond steeds wat verder openstaan. Op een gegeven moment worden de weeën sterker en bereidt het lichaam zich voor om te persen. Als de baarmoedermond helemaal openstaat, heb je volkomen ontsluiting. De uitdrijvingsfase vindt plaatst op het moment dat de weeën zo sterk worden dat je mee gaat persen. Als het hoofdje van de baby genoeg is ingedaald, kan de baby worden gehaald. Dit gebeurt soms met een verlostang of een vacuümpomp.

Hoe lang duurt de persfase?

Bij de bevalling van je eerste kind zou het persen niet meer dan twee uur moeten duren. Als je bevalt van je volgende kind, staat hier één uur voor. Er zijn meerdere redenen mogelijk waarom een bevalling niet verloopt zoals gepland. Zo kan het zijn dat een spontane bevalling gewoonweg niet lukt bij het eerste kind, zijn de weeën te zwak om te persen (bijvoorbeeld door de ruggenprik), is het hoofdje niet optimaal gepositioneerd of wordt de baarmoederspier uitgeput. Dit is niet alleen voor de zwangere erg vermoeiend en verzwakkend, maar de conditie van de baby kan ook snel achteruitgaan. Zijn harttonen worden tijdens het persen goed gemonitord door de CTG en geven aan in wat voor conditie hij zich bevindt. Als deze harttonen erg afwijken, kan er sprake zijn van een zuurstoftekort. Dit is eerder het geval als je tijdens de zwangerschap een hoge bloeddruk hebt gehad, als de baby een groeiachterstand heeft of als je lang overtijd hebt rondgelopen.

Bij zo’n langdurige persfase kan er worden gekozen voor een vacuümverlossing, waarbij de baby met wat hulp op de wereld wordt gezet. In sommige gevallen gebruikt de gynaecoloog een verlostang in plaats van de pomp, hoewel de laatste manier wel het gebruikelijkst is.

Hoe gaat vacuümverlossing in zijn werk?

Als je baby toch wordt gehaald met een vacuümpomp, ga je met je rug op het verlosbed liggen en wordt de onderkant van het bed weggehaald. Er wordt een katheter bij je geplaatst om je blaas te legen. Vervolgens onderzoekt de arts inwendig hoe ver de baby is ingedaald en om de stand van het hoofdje te bepalen. Dit moet de arts weten om de cup juist op zijn hoofd te kunnen plaatsen. Omdat het plaatsen van de cup voor jou best pijnlijk kan zijn, kun je het beste zoveel mogelijk ontspannen. Er wordt een lokale verdoving toegediend om de pijn een beetje te verzachten. Houd er wel rekening mee dat dit niet altijd helpt en dat de pijn niet altijd te vermijden is. In sommige gevallen word je ingeknipt. Door de plaatselijke verdoving voel je het niet wanneer dit gedaan wordt.

De arts plaatst vervolgens de cup op het hoofd van de baby en de cup zuigt zich om zijn schedel vast. Bij iedere wee trekt de gynaecoloog aan de ketting of slang van de cup terwijl je zelf ook mee perst. Het vacuümzuigen wordt gestopt wanneer het hoofdje eruit is.

Overweldigend voor je baby

Het ter wereld komen is erg overweldigend voor een baby. Een vacuümverlossing kan daarom ook extra schrikken zijn voor zo’n kleintje. Hoewel hij het nog niet kan aangeven, kan het langdurige persen en harde trekken aan zijn hoofd beslist niet fijn zijn voor een baby. Houd hem na de geboorte dan ook lekker dichtbij je zodat hij kan rusten.

De afdruk van de vacuümpomp kan een bloeduitstorting achterlaten. De zwelling hiervan is meestal na een dag wel weg; de blauwrode kleuren verdwijnen na een paar dagen. Daarnaast kan je baby ook last hebben van hoofdpijn en/of misselijk zijn. Pak hem niet te vaak op en houd hem vooral rustig vast. De pomp kan wel klachten veroorzaken aan het hoofdje, de ruggengraat of de nek van je baby. Deze klachten hoeven niet te blijven, maar mocht dat wel zo lijken te zijn, dan is het verstandig om naar je huisarts of een osteopaat te gaan.

Mogelijke complicaties

Bij iedere procedure kunnen complicaties optreden en zo ook bij de bevalling. Een vacuümverlossing levert echter geen ernstigere problemen op dan een spontane bevalling. In uiterste gevallen is er een kans van 0,9% op een hersenbloeding. De kinderarts of gynaecoloog zal de baby dan ook uitgebreid onderzoeken na de bevalling om er zeker van te zijn dat hij helemaal gezond is.

Totaalruptuur

Als het weefsel en de huid tussen de vagina en anus doorscheurt, wordt dit een totaalruptuur genoemd. De kringspier scheurt hierbij ook een stukje of helemaal in. Dit gebeurt ook bij een normale bevalling wel, maar de kans dat het voorkomt bij een vacuüm- of tangbevalling is wel degelijk groter. Als er sprake is van een totaalruptuur zal je gehecht moeten worden.

Afschieten van vacuümcup

De vacuümcup, die om het hoofdje van je baby zit, heeft aan de buitenkant een handvat, ketting of slang. Deze wordt tijdens de bevalling door de gynaecologe gebruikt om het kindje verder naar buiten te trekken. Soms schiet deze cup van zijn hoofdje af. De gynaecoloog kan er dan voor kiezen om de cup opnieuw aan te brengen, maar als zijn hoofdje al diep genoeg zit, hoeft dit niet. Het kan ook zo zijn dat de gynaecologe besluit om alsnog een verlostang te gebruiken of een keizersnede te doen om je kindje zo snel mogelijk naar buiten te halen.

Herstellen

Het herstel na een vacuümverlossing is niet heel anders dan een normale bevalling. Het ligt vooral aan het verloop van de bevalling wanneer je weer naar huis mag. Als alles na de geboorte goed blijkt te zijn, mag je na een paar uurtjes waarschijnlijk wel weer naar huis. De kans is alsnog wel groot dat je een nachtje moet blijven ter observatie.

De klachten van een vacuümverlossing zijn nagenoeg hetzelfde als bij een normale bevalling, hoewel je wel langer zult moeten herstellen als je ingeknipt bent. De wond kan pijnlijk en beurs aanvoelen, waardoor het herstel een stuk zwaarder wordt. Houd er rekening mee dat een dergelijke bevalling ook voor jou en je partner overweldigend kan zijn. Het kan voelen alsof je hebt gefaald omdat de bevalling niet verliep zoals gepland of omdat je hulp nodig had om de baby op de wereld te zetten. Je partner kon tijdens de bevalling niet veel meer doen dan je hand vasthouden en bemoedigend toefluisteren. Het is makkelijk om dit na de bevalling aan de kant te schuiven en te genieten van je kindje. Neem dit gevoel echter wel serieus en onthoud dat de mentale impact ook erg groot kan zijn. Neem contact op met je verloskundige of gynaecoloog als je last hebt van verdriet, een negatief gevoel of angst door de bevalling.

Meer over dit onderwerp:

  • Persweeën
  • Pijnbestrijding bij de bevalling

Plaats een reactie

(0)
user-image
    • Magazine

    • Mijn week

    • Zoeken

    • Dashboard