img

Kinderziektes, hoe behandel ik ze of nog beter, hoe voorkom ik ze?

Kinderziektes is de term die gebruikt wordt voor alle ziektes die vooral kinderen treffen. Maar ook volwassenen kunnen ziek worden van een kinderziekte en kunnen ze dus op hun beurt ook weer doorgeven aan kinderen. Met een aantal maatregelen kun je kinderziektes bij je baby of jonge peuter voorkomen.

Kinderziektes kunnen gevaarlijk zijn

Hoewel kinderziektes meestal niet ernstig zijn kunnen ze in sommige gevallen wel gevaarlijk zijn. Daarom is het belangrijk de symptomen juist te herkennen en zo snel mogelijk een gepaste behandeling te starten.

Voor een baby kan een besmetting met waterpokken bijvoorbeeld heel ernstig zijn, terwijl dat voor een iets ouder kind veel minder het geval is. Een ander voorbeeld is rodehond. Dit wordt bij jonge kinderen vaak zelfs niet opgemerkt maar als je er als zwangere vrouw mee besmet raakt kunnen de gevolgen voor je baby ernstig zijn.

Waarom treffen kinderziektes vooral kinderen?

De belangrijkste kinderziektes zijn op te delen in twee groepen:

  • Ziektes ‘met blaasjes’: mazelen, rodehond, roseola, roodvonk, waterpokken, impetigo (krentenbaard), hand- voet- en mondziekte
  • Ziektes ‘zonder blaasjes’: bof, bronchiolitis, kinkhoest

Tijdens de kindertijd wordt het immuunsysteem stap voor stap opgebouwd waardoor het in eerste instantie minder weerbaar is tegen virussen en andere besmettingen. Daarom raken kinderen sneller besmet met bepaalde ziektes dan volwassenen.

Wanneer moet je de huisarts of kinderarts bezoeken met je zieke baby?

Sowieso moet je, zodra je kindje afwijkend gedrag vertoont altijd contact opnemen met je huisarts. Maar in de volgende gevallen zou je onmiddellijk een arts moeten raadplegen:

  • Wanneer je kindje meer dan 38.5° koorts heeft
  • Wanneer het veel huilt of als je merkt dat het veel hoofd- of oorpijn heeft
  • Wanneer het bijna voortdurend slaperig is
  • Wanneer het veel overgeeft of ernstige diarree heeft
  • Wanneer het blaasjes op zijn of haar lichaam heeft

Zorg dat je als ouder onthoudt welke kinderziektes je baby al heeft gehad. Zo kan je bepaalde ziektes uitsluiten als de symptomen niet helemaal duidelijk zijn. Voor de meeste kinderziektes zijn ze immers de rest van hun leven beschermd wanneer ze ze één keer gehad hebben.

Hoe kan je kinderziektes voorkomen?

Tegen heel wat kinderziektes kunnen kinderen gevaccineerd worden. Om zoveel mogelijk van deze ziektes te vermijden kan je je kind dus best alle aanbevolen vaccinaties laten krijgen.

Laat je peuter vaccineren tegen mazelen, bof en rubella met het BMR-vaccin (of 3-in-1 vaccin). Dit is aanbevolen vanaf 1 jaar en voor alle vrouwen op vruchtbare leeftijd. Controleer ook of je kind juist gevaccineerd is tegen kinkhoest. Kinkhoest komt sinds enkele jaren vaker voor en kan gevaarlijk zijn. Het vaccin kan tegelijk met het DKTP-vaccin gegeven worden, wat ook beschermt tegen difterie (kroep), tetanus en polio.

Niet alleen vaccineren voorkomt ziektes, ook enkele eenvoudige hygiënemaatregelen kunnen besmetting voorkomen.

  • Laat de microben buiten: leer je kinderen hun handen te wassen telkens ze het huis binnengaan, na toiletbezoek en voor het eten. Geef zelf het goede voorbeeld!
  • Als één kind in huis ziek is vermijd dan contact met broertjes of zusjes. Laat geen zakdoekjes of knuffels slingeren, deel geen vorken, lepels of glazen. Maak hun speelgoed regelmatig schoon.
  • Rook niet binnenshuis. Open de ramen van alle kamers in huis minstens vijf minuten per dag om te luchten. Zorg dat de temperatuur in huis niet te hoog is, 20°C overdag en 19°C ’s nachts is perfect.

Bewaren:
Laat van je horen! Was dit waardevol voor jou?

Dagelijks handige info over jouw zwangerschap? Volg ons!