img

Inleiden van de bevalling

Er zijn verschillende situaties waarin het beter is om niet langer te wachten tot de bevalling zich aandient en er voor te kiezen om de bevalling kunstmatig op gang te brengen, oftewel de bevalling in te leiden. In dit artikel lees je in welke gevallen en waarom het nodig is om de bevalling in te leiden.

Na de uitgerekende datum

Wanneer je 42 weken zwanger bent, kan het zijn dat de placenta minder goed gaat werken, wat niet wenselijk is voor je kindje. Je baby is volgroeid, dus er wordt dan vaak gekozen om de bevalling zo snel mogelijk op gang te brengen.

Vliezen gebroken, maar geen weeën

Het kan gebeuren dat je vliezen breken, maar dat de weeën niet op gang komen. Dit is in eerste instantie vooral vervelend voor jou: je rekent erop dat je baby snel geboren gaat worden, maar je geduld wordt op de proef gesteld. Als het langer dan 24 uur duurt ontstaat er infectiegevaar en dat is gevaarlijk, en dan wordt er meestal geadviseerd om de bevalling in te leiden.

Verminderde werking van de placenta

De placenta zorgt voor de zuurstof- en voedingstoevoer naar je baby. Wanneer de placenta minder goed werkt, is dat niet goed voor je baby. Wanneer dat het geval is, kan er voor worden gekozen om de bevalling in te leiden.

Groeivertraging van je baby

Je baby kan om verschillende redenen groeivertraging oplopen in de baarmoeder. Als de verloskundige of gynaecoloog vaststelt dat de baby echt te klein is, of als zijn conditie achteruit dreigt te gaan, wordt vaak aangeraden om in te leiden.

Medische complicaties

Wanneer er medische complicaties ontstaan bij jou of bij je baby, dan kan het veiliger zijn om de bevalling in te leiden.

Gevolgen van inleiden

Met het inleiden van de bevalling wordt het natuurlijke proces een handje geholpen. Dit kan de kans op bijvoorbeeld een keizersnede mogelijk verhogen. Vraag je verloskundige naar de gevolgen die het inleiden van de bevalling kan hebben.

Hoe gaat het inleiden van de bevalling in zijn werk?

Er zijn drie stappen te onderscheiden bij het inleiden van de bevalling.

  1. De baarmoedermond wordt voorbereid
  2. De vliezen worden gebroken
  3. De weeën worden opgewekt

Voorbereiding van de baarmoedermond

De baarmoedermond moet verweekt en verstreken zijn om de ontsluiting op gang te brengen. Als dit niet het geval is, wordt dit kunstmatig gedaan: het primen. Er wordt dan het weeënopwekkende hormoon prostaglandine vaginaal ingebracht, in de vorm van een gelei of tabletten.

Soms wordt een ballonkatheter gebruikt om de baarmoedermond voor te bereiden. Zodra de ballonkatheter is ingebracht wordt het ballonnetje gevuld met steriel water om de baarmoedermond te laten open.

Soms kan je verloskundige de natuur ook een handje helpen door je te strippen. Eerst voelt de verloskundige via een inwendig onderzoek of de baarmoedermond al soepel en is en of er al ontsluiting is. Als dat het geval is dan kan je gestript worden. Bij het strippen woelt de verloskundige met haar vingers de vliezen van de baarmoedermond los (zonder ze te breken!). Hierbij komen hormonen vrij (prostaglandines) die nodig zijn om de bevalling op gang te brengen.

Sommige vrouwen vinden het strippen vervelend. Andere vrouwen voelen er niet veel van. Door het strippen versnelt de rijping van de baarmoedermond. Als het strippen het gewenste effect heeft, krijg je binnen 24 uur weeën. De verloskundige kan je nog een tweede keer strippen als het de eerste keer geen effect had.

Afhankelijk van in welk ziekenhuis je ingeleid wordt, kunnen er nog andere methoden zijn die ze gebruiken om de baarmoedermond voor te bereiden.

Het kan zijn dat het primen van de baarmoedermond natuurlijke weeën op gang brengt. Maar dat hoeft niet. Als dit niet het geval is, wordt de volgende stap gedaan.

De vliezen worden gebroken

Als de baarmoedermond geprimed is, moeten de vliezen worden gebroken als dit nog niet gebeurd is. Dit is een pijnloze handeling. De verloskundige of gynaecoloog maakt dan een kleine opening in de vliezen waardoor het vruchtwater naar buiten stroomt.

Wanneer het vruchtwater is weggestroomd, kan het hoofdje van de baby gemakkelijker tegen de baarmoedermond drukken, waardoor de weeën op gang kunnen komen. De baarmoedermond wordt dan namelijk iets open gedrukt, en dat kan de eerste samentrekkingen van de baarmoeder tot gevolg hebben.

De weeën worden opgewekt

De meest gebruikte methode om weeën op te wekken is door je het hormoon oxytocine toe te dienen door middel van een infuus. Dit gebeurt voordat de vliezen worden gebroken, zo kunnen de weeën goed op gang komen.

In de meeste gevallen krijg je niet alleen een infuus, maar worden jij en je kind ook op het CTG-apparaat aangesloten. Met dit apparaat wordt de conditie van je baby in de gaten gehouden. Door een draadje dat op het hoofd van je baby is bevestigd, worden de hartslagen geregistreerd. De sterkte van je weeën kan worden gemeten door middel van een dunne slang, ofwel een drukkatheter, in de baarmoeder of door een band om je buik.

Tijdens de bevalling blijf je aan het infuus liggen, omdat bij een ingeleide bevalling de persweeën niet altijd goed op gang komen. De oxytocine helpt om deze te stimuleren. Je wordt weer van het infuus afgehaald wanneer de placenta ook is uitgedreven.

Wat is het verschil?

Opgewekte weeën zijn vaak langer, heviger en pijnlijker, in vergelijking met natuurlijke weeën. Aan de andere kant is het zo dat iedereen weer anders reageert op het hormoon. De één heeft een hogere dosis dan de ander nodig, en afhankelijk daarvan kunnen de weeën meer of minder pijnlijk worden.

Sommige vrouwen kunnen net als bij een spontaan op gang gekomen bevalling de weeën prima opvangen, maar er zijn ook vrouwen die veel heftiger reageren en een weeënstorm krijgen. Dat kan erg pijnlijk zijn. In dat geval wordt de pomp van het infuus altijd meteen lager gezet.

Wanneer de bevalling eenmaal op gang is gekomen, duurt een ingeleide bevalling nauwelijks langer dan een natuurlijke bevalling.

Bewaren:
Laat van je horen! Was dit waardevol voor jou?

Dagelijks handige info over jouw zwangerschap? Volg ons!